
| Dryas octopetala - een plantje dat
uitbundig bloeide in Nederland tijdens de ijstijden.
|
INHOUDWat zijn ijstijden?IJstijd onderzoekOorzaken van
ijstijden
|
IJstijden zijn
perioden in het verleden waarin het klimaat veel kouder
is dan nu. Vooral de laatste 2.5 miljoen jaar treden ze regelmatig
op. IJstijden
(ook: glacialen) wisselen met warmere perioden
(interglacialen). Die laatste
2.5 miljoen van de
aardgeschiedenis staat bekend als het ijstijdvak of het
Kwartair, in het Kwartair zijn dus meerdere ijstijden geweest.
De glacialen zijn vaak langer dan de interglacialen, dus een koud
klimaat is eigenlijk gewoner dan het huidige warme klimaat!
Volgens de
Milankovich theorie zijn er drie belangrijke cycli die de
ijstijden bepalen:
Van de laatste
ijstijd is veel in detail bekend. Het was geen uniform
koude periode: er waren afwisselend warme en koude intervallen, de
warme heten 'interstadialen' en de koude 'stadialen'. Sinds kort is
ontdekt dat die stadialen en interstadialen elkaar snel afwisselden -
met een ritme van zo'n 1500 jaar. Bovendien kon vooral de opwarming
zeer snel gaan, binnen enkele tientallen jaren, of nog korter. De
terugkeer naar een koud stadiaal ging weer langzamer, er zit een
soort zaagtandbeweging in het klimaat.
Naar de oorzaak van
die zaagtandbeweging is veel onderzoek gedaan,
vooral door te kijken naar boorkernen uit diepzee sedimenten in de
Atlantische oceaan. Daaruit komt een merkwaardig beeld naar voren:
opwarming kan de aanzet zijn voor nieuwe koude.| Europese ijskappen tijdens
de laatste ijstijd, ca 20.000 jaar geleden (Weichselien) |
Europese ijskappen tijdens de voorlaatste ijstijd, ca 150.000 jaar geleden (Saalien) |
![]() |
![]() |

Nederland
is tijdens zeker twee ijstijden gedeeltelijk met ijs
bedekt geweest. Dat
heeft grote gevolgen gehad voor het landschap. Vooral van de
voorlaatste ijstijd (het Saalien) is nog veel te terug te vinden in het
relief van Nederland. Het ijs van de Scandinavische ijskap lag toen tot
aan de lijn Nijmegen-Amsterdam
Leefden er ook
mensen tijdens de ijstijd in Europa? Jazeker. Ongeveer
in het midden van de laatste ijstijd heeft zich zelfs een belangrijke
verandering van de menselijke cultuur voorgedaan. Toen verscheen de
moderne mens in Europa, en verdween de Neanderthaler. Uit die periode
stammen ook de oudst bekende kunstuitingen: grotschilderingen en ivoren
beeldjes.
Het
is nauwelijks
voor te stellen wat de invloed van de snelle klimaatveranderingen op de
mensen geweest kan zijn. Het klimaat kon in een mensenleeftijd volledig
veranderen, van ijzige kou naar relatief warm, bijna zoals nu. Over de
invloed van die klimaatveranderingen op de mensen weten we weinig.
Enkele jaren geleden is er een onderzoeks project gestart waarin
archeologen met landschaps- en klimaatdeskundigen hebben samengewerkt
om de invloed van de klimaatveranderingen op de mens te onderzoeken. De
eerste publikaties zijn dit jaar in de wetenschappelijke pers
verschenen.
Bovendien blijkt
dat we een hele grote invloed aan het uitoefenen zijn op de
samenstelling van de atmosfeer, een invloed die zijn weerga niet kent
in de geologiche geschiedenis. In de laatste 400.000 jaar varieerde het
koolzuur gehalte van de atmosfeer tussen 190 en 280 ppm, afhankelijk
van het ijstijd klimaat, een variatie dus van zo'n 90 ppm. Door
menselijk toedoen is het koolzuurgehalte van de atmosfeer inmiddels
gestegen tot 370 ppm, 90 ppm meer dan de maximale waarde van de laatste
400.000 jaar. 
'Snowball Earth' is
het ene uiterste waarin het klimaat van onze
planeet kan verkeren. Onze zusterplaneet Venus is een voorbeeld van het
andere uiterste - een extreem broeikaseffect, met een atmosfeer die
voor 96% uit koolzuurgas bestaat en een oppervlakte temperatuur van 482
oC. Misschien toch maar liever de kou van een ijstijd - de mens
heeft bewezen dat tenminste te kunnen overleven.